Aluminium is overal om je heen: van de fiets waarop je naar school rijdt tot de vliegtuigen die door de lucht vliegen. Maar wist je dat aluminium lassen een bijzondere vaardigheid is die niet iedereen zomaar onder de knie krijgt? Het vraagt om specifieke kennis en technieken die je bij andere metalen niet gebruikt. In deze blog vertellen we je precies wat aluminium lassen inhoudt en waarom het zo’n interessante specialisatie is voor wie in de metaalbranche wil werken.
Wat is aluminium lassen precies?
Aluminium lassen is het proces waarbij twee of meer stukken aluminium met elkaar worden verbonden door ze met hitte te smelten. Bij het lassen breng je de randen van het aluminium tot smelttemperatuur en voeg je vaak extra lasmateriaal toe om een sterke verbinding te maken. Het resultaat is een duurzame naad die de onderdelen permanent aan elkaar hecht.
Het lasproces bij aluminium werkt anders dan bij staal of ijzer. Aluminium heeft namelijk een lagere smelttemperatuur van ongeveer 660 graden Celsius, terwijl staal pas bij meer dan 1500 graden smelt. Dit klinkt misschien makkelijker, maar juist dat lagere smeltpunt maakt het lassen ingewikkelder. Je moet heel precies werken om het materiaal niet te beschadigen.
Een ander belangrijk verschil is dat aluminium een oxidelaag vormt zodra het met lucht in contact komt. Deze laag smelt pas bij veel hogere temperaturen dan het aluminium zelf. Dat betekent dat je tijdens het lassen die laag moet doorbreken; anders krijg je geen goede verbinding. Dit vraagt om specifieke technieken en materialen die speciaal voor aluminium zijn ontwikkeld.
Waarom is aluminium lassen moeilijker dan andere metalen?
Aluminium lassen is moeilijker omdat het materiaal drie uitdagende eigenschappen heeft die het lasproces complex maken. Ten eerste vormt aluminium direct een harde oxidelaag die veel hogere temperaturen nodig heeft om te smelten dan het aluminium zelf. Ten tweede geleidt aluminium warmte drie keer zo snel als staal, waardoor de hitte snel wegvloeit. Ten derde geeft aluminium geen visuele signalen af wanneer het begint te smelten.
Die oxidelaag is echt lastig. Terwijl het aluminium zelf smelt bij 660 graden, heb je voor de oxidelaag wel 2000 graden nodig. Dit betekent dat je tijdens het lassen constant bezig bent om deze laag te doorbreken en tegelijk het aluminium niet te oververhitten. Het vraagt om een heel specifieke aanpak en de juiste apparatuur.
De warmtegeleiding maakt het ook ingewikkeld. Omdat aluminium warmte zo snel verspreidt, moet je vaak het hele werkstuk voorverwarmen. Anders koelt de plek waar je aan het lassen bent te snel af en krijg je geen goede naad. Bij staal blijft de warmte veel meer geconcentreerd op de plek waar je last, wat het proces eenvoudiger maakt.
Het gebrek aan visuele signalen is misschien wel het meest verraderlijke. Bij staal zie je precies wanneer het materiaal begint te gloeien en te smelten. Aluminium blijft grijs en geeft geen kleurverandering. Voor je het weet, is het materiaal te heet en zakt het weg. Dit vraagt om veel ervaring en gevoel voor het materiaal.
Welke lastechnieken gebruik je voor aluminium?
Voor aluminium lassen gebruik je vooral TIG-lassen en MIG-lassen. TIG-lassen, ook wel WIG-lassen genoemd, is de meest gebruikte techniek voor aluminium omdat het de meeste controle biedt. MIG-lassen, ook wel MIG/MAG-lassen genoemd, werkt sneller en is geschikt voor dikkere platen. Beide technieken gebruiken een beschermgas om de lasnaad te beschermen tegen oxidatie.
TIG-lassen is de favoriet voor aluminium omdat je er zo nauwkeurig mee kunt werken. Je gebruikt een wolfraamelektrode die niet smelt en voegt met je andere hand apart lasmateriaal toe. Dit geeft je veel controle over de warmte en de hoeveelheid materiaal die je toevoegt. Perfect voor dunne platen en voor werk waar het er mooi uit moet zien.
Bij MIG-lassen gebruik je een lastoorts die automatisch lasdraad aanvoert. Dit gaat sneller dan TIG-lassen, maar je hebt iets minder controle. Het is vooral handig voor productiewerk waarbij je veel van hetzelfde moet lassen, of voor dikkere materialen waarbij snelheid belangrijk is. Ook bij MIG-lassen gebruik je een beschermgas, meestal argon of een argonmengsel.
Bij beide technieken is het beschermgas cruciaal. Het gas beschermt de gesmolten las tegen zuurstof uit de lucht, waardoor er tijdens het lassen geen nieuwe oxidelaag ontstaat. Zonder dit gas zou je geen sterke verbinding kunnen maken. Voor aluminium gebruik je meestal zuiver argon of een mengsel met helium.
Waar wordt aluminium lassen toegepast in de praktijk?
Aluminium lassen wordt toegepast in de luchtvaart, scheepsbouw, voertuigbouw, de bouwsector en bij het maken van constructies voor festivals en evenementen. Het materiaal is licht, sterk en roest niet, waardoor het perfect is voor toepassingen waarbij gewicht belangrijk is of waarbij het materiaal buiten komt te staan. Van vliegtuigonderdelen tot raamkozijnen en van jachten tot festivalpodia.
In de luchtvaart is aluminium onmisbaar. Vliegtuigen moeten licht zijn om brandstof te besparen, maar ook sterk genoeg om veilig te zijn. Aluminium biedt die combinatie. Lassers die in deze sector werken, moeten extreem nauwkeurig zijn. Eén foutje kan grote gevolgen hebben, dus de kwaliteitseisen zijn heel hoog.
Ook in de scheepsbouw zie je veel aluminium. Vooral bij snelle boten en jachten is het populair omdat het niet roest in zout water en omdat het gewichtsbesparing oplevert. Een lichter schip vaart sneller en verbruikt minder brandstof. De constructies van grote jachten bestaan vaak volledig uit gelast aluminium.
In de bouw kom je aluminium tegen in kozijnen, gevels en draagconstructies. Het materiaal is sterk, onderhoudsarm en ziet er modern uit. Bij festivals en evenementen worden vaak enorme constructies van aluminium gelast voor podia, lichtbruggen en decoraties. Deze moeten snel op- en afgebouwd kunnen worden en toch veilig zijn bij grote belastingen.
Hoe leer je aluminium lassen?
Je leert aluminium lassen door een gespecialiseerde lasopleiding te volgen, waarin je de technieken stap voor stap onder begeleiding oefent. Het begint met de basis van lassen en algemene veiligheid, waarna je specifiek leert werken met aluminium en de bijzondere eigenschappen ervan. Praktijkervaring is essentieel, want aluminium lassen leer je vooral door veel te oefenen en te voelen hoe het materiaal zich gedraagt.
Bij MAKE Center bieden we lasopleidingen aan die je volledig voorbereiden op het werken met aluminium en andere materialen. Je leert niet alleen de theorie, maar krijgt vooral veel praktijkervaring. Onze studenten volgen twee dagen per week les en werken drie dagen in een echt bedrijf. Zo leer je aluminium lassen in echte werksituaties en bouw je meteen ervaring op.
Het voordeel van een BBL-opleiding is dat je vanaf dag één verdient terwijl je leert. Je krijgt een salaris en bouwt werkervaring op bij een leerbedrijf dat bij jou past. Wij zorgen ervoor dat je zowel je mbo-diploma haalt als relevante branchediploma’s. Zo ben je na je opleiding een volwaardige vakman die direct aan de slag kan.
Aluminium lassen vraagt om geduld en doorzettingsvermogen. In het begin lijkt het misschien ingewikkeld, maar met goede begeleiding en veel oefening krijg je het onder de knie. Bij MAKE Center krijg je persoonlijke aandacht en leer je in een moderne omgeving met de nieuwste apparatuur. Wil je meer weten over onze lasopleidingen? Neem gerust contact met ons op en we vertellen je er alles over.