Is aluminium lassen moeilijker dan staal lassen?

Gelaste handen voegen aluminium en stalen plaat samen met heldere lasboog en vonken in professionele werkplaats

Is aluminium lassen moeilijker dan staal lassen?

Aluminium lassen lijkt misschien simpel, maar het is een heel ander verhaal dan staal lassen. Veel lassers die gewend zijn aan staal, merken al snel dat aluminium totaal andere technieken en aandacht vraagt. Wil je weten waarom aluminium lassen moeilijker is en hoe je het toch kunt leren? Dan lees je hier alles wat je moet weten.

Waarom is aluminium lassen moeilijker dan staal lassen?

Aluminium lassen is moeilijker dan staal lassen omdat aluminium veel sneller warmte afvoert, een onzichtbare oxidelaag vormt die hogere temperaturen vereist en sneller vervormt door uitzetting. Deze eigenschappen vragen meer precisie, betere temperatuurcontrole en meer ervaring van de lasser dan bij staal het geval is.

Het grootste verschil zit in de warmtegeleiding. Aluminium voert warmte drie keer sneller af dan staal. Dat betekent dat je veel meer energie nodig hebt om het materiaal op de juiste lastemperatuur te krijgen. Tegelijk moet je oppassen dat je niet te veel warmte toevoegt, want dan zakt het materiaal gewoon weg. Het is een balans die best lastig is om te vinden, vooral als je net begint.

Een ander probleem is de oxidelaag die aluminium vormt. Deze laag is onzichtbaar, maar heeft een veel hoger smeltpunt dan het aluminium zelf. Je moet dus eerst door die laag heen voordat je echt kunt lassen. Bij staal heb je daar geen last van. Aluminium zet ook veel meer uit bij verhitting, waardoor je sneller vervorming krijgt als je niet goed oplet.

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen aluminium en staal lassen?

De belangrijkste verschillen tussen aluminium en staal lassen zijn de warmtegeleiding, het smeltpunt, de oxidelaag en de lasmethode. Aluminium geleidt warmte veel sneller, vormt een hardnekkige oxidelaag en vereist meestal TIG-lassen met wisselstroom, terwijl staal vaak met MIG/MAG en gelijkstroom wordt gelast.

Bij staal lassen gebruik je vaak een MIG/MAG-lastechniek met gelijkstroom. Dat is relatief eenvoudig en vergeeflijk als je een kleine fout maakt. Bij aluminium werk je meestal met TIG-lassen en wisselstroom. Die wisselstroom breekt de oxidelaag op, maar maakt het lasproces ook technischer. Je hebt meer controle nodig over je voetpedaal en de toevoer van materiaal.

Ook het voorverwarmen verschilt enorm. Bij dikkere stukken staal verwarm je soms voor om scheuren te voorkomen. Bij aluminium moet je juist voorzichtig zijn met voorverwarmen, omdat het materiaal snel zijn sterkte verliest bij hogere temperaturen. De kleur van het materiaal geeft bij aluminium ook geen indicatie van de temperatuur, terwijl staal mooi rood kleurt. Dat maakt het lastiger om te zien wanneer je de juiste temperatuur hebt bereikt.

Welke lastechnieken gebruik je voor aluminium?

Voor aluminium lassen gebruik je voornamelijk TIG-lassen met wisselstroom, omdat deze techniek de oxidelaag effectief doorbreekt en nauwkeurige controle biedt. Voor dikkere constructies of productiewerk kun je ook MIG-lassen met speciale aluminiumdraad toepassen, hoewel dit meer ervaring vraagt om spatten en voedingsproblemen te voorkomen.

TIG-lassen is de meest gebruikte techniek voor aluminium. Je werkt met een wolfraamelektrode en voegt handmatig vulmateriaal toe. Het grote voordeel is dat je heel precies kunt werken en mooie, schone lassen maakt. Het nadeel is dat het langzamer gaat dan andere technieken. Voor beginnende lassers is TIG vaak de eerste kennismaking met aluminium, omdat je er de meeste controle mee hebt.

MIG-lassen van aluminium kan ook, maar is technisch uitdagender. Je hebt een speciaal voorschuifsysteem nodig omdat aluminiumdraad zachter is dan staaldraad en makkelijk vastloopt. Ook spat het meer en moet je je gasmengsel precies goed hebben. Toch gebruiken veel bedrijven MIG voor aluminium omdat het sneller gaat bij grotere producties.

Hoe leer je aluminium lassen als beginnende lasser?

Als beginnende lasser leer je aluminium lassen door eerst de basis van TIG-lassen goed onder de knie te krijgen, vervolgens te oefenen op dunne aluminiumplaten en stap voor stap te werken aan temperatuurcontrole en materiaaltoevoer. Een goede lasopleiding met praktijkbegeleiding is essentieel om de juiste technieken vanaf het begin aan te leren.

Begin niet meteen met aluminium als je nog nooit hebt gelast. Start eerst met staal om de basishandelingen te leren. Als je die beheerst, kun je overstappen naar aluminium. Oefen eerst op dunne platen van ongeveer drie millimeter. Die zijn het meest veeleisend, maar als je die kunt lassen, kun je ook dikkere platen aan.

Let goed op je materiaalvoorbereiding. Maak het aluminium grondig schoon met aceton of een speciale reiniger. Zelfs een beetje vet of vuil zorgt voor poreuze lassen. Oefen ook met je voetpedaal om de stroomsterkte tijdens het lassen aan te passen. Dat is een van de moeilijkste dingen om te leren, maar het maakt het verschil tussen een goede en een slechte las.

Bij MAKE Center kun je lasopleidingen volgen waarin je stap voor stap leert werken met verschillende materialen, inclusief aluminium. Je krijgt persoonlijke begeleiding en werkt in een echte werkplaats waar je alle tijd krijgt om te oefenen. Zo bouw je rustig je vaardigheden op en leer je ook meteen hoe het eraan toegaat in een echt bedrijf.

Welke fouten maken lassers vaak bij aluminium lassen?

Veelvoorkomende fouten bij aluminium lassen zijn onvoldoende materiaalreiniging waardoor poriën ontstaan, te weinig of te veel warmte toevoeren, de verkeerde wolfraamelektrode gebruiken en het negeren van de oxidelaag. Ook vergeten lassers vaak dat aluminium geen kleurverandering laat zien bij verhitting, waardoor ze de temperatuur verkeerd inschatten.

De meest gemaakte fout is slecht voorbereid materiaal. Aluminium moet écht schoon zijn: geen vettige vingers, geen stof, geen restjes van een oude bewerking. Als je dat niet goed doet, krijg je poreuze lassen vol gasbellen. Die lassen zien er misschien goed uit aan de buitenkant, maar zijn van binnen zwak.

Een andere klassieke fout is te snel willen gaan. Bij aluminium moet je geduld hebben om het materiaal op temperatuur te krijgen. Veel lassers geven te vroeg op omdat het materiaal niet smelt, of ze geven juist te veel warmte en branden er een gat in. Ook het gebruik van de verkeerde wolfraamelektrode komt vaak voor. Voor aluminium heb je een speciale elektrode nodig die bestand is tegen wisselstroom.

Wil je meer weten over de verschillende opleidingen waarin je aluminium lassen kunt leren? Of heb je vragen over welke opleiding het beste bij jou past? Neem dan gerust contact met ons op. We helpen je graag verder om de juiste keuze te maken voor jouw toekomst in de metaalbewerking.

Bericht

Hoe kunnen we je helpen?

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

MIS NIETS!

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

.