Lassen is een vak waar veel vraag naar is. Maar kun je het zomaar leren? En hoe lang duurt dat eigenlijk? Misschien heb je altijd al met je handen willen werken, of ben je benieuwd of een loopbaan als lasser iets voor jou is. In dit artikel beantwoorden we de belangrijkste vragen over leren lassen: van wat het vak precies inhoudt tot welke opleidingen er zijn en hoe lang je erover doet.
Wat is lassen en waarom is het een vak apart?
Lassen is het proces waarbij je metalen delen permanent met elkaar verbindt door ze te verhitten en te smelten. Het is een vak apart omdat het een unieke combinatie vraagt van technisch inzicht, handvaardigheid en precisie. Bij lassen werk je met verschillende technieken, zoals TIG-lassen, MIG/MAG-lassen en elektrode lassen.
Wat lassen bijzonder maakt, is dat geen twee lasklussen hetzelfde zijn. Je werkt in verschillende posities, met verschillende materialen en in steeds wisselende situaties. Soms las je buitenshuis aan grote constructies, andere keren werk je binnen aan precisiewerk. Die afwisseling maakt het vak uitdagend en interessant.
Lassers zijn onmisbaar in veel sectoren: van de bouw tot de scheepvaart, en van de automotive tot de luchtvaart. Overal waar metaal een rol speelt, heb je vakbekwame lassers nodig. Dat maakt het een vak met veel werkzekerheid en goede toekomstperspectieven.
Kan iedereen leren lassen of heb je aanleg nodig?
Ja, lassen is een vak dat je kunt leren, maar bepaalde eigenschappen maken het leerproces wel makkelijker. Je hebt geen bijzondere aanleg nodig om te beginnen, maar wel motivatie en doorzettingsvermogen. Geduld is belangrijk, want lassen leer je niet in één dag. Een goede hand-oogcoördinatie helpt, maar die ontwikkel je ook tijdens het oefenen.
Wat je vooral nodig hebt, is interesse in techniek en in werken met je handen. Vind je het leuk om dingen te maken en te zien hoe materialen samenkomen? Dan ben je al goed op weg. Nauwkeurigheid is ook belangrijk, want bij lassen komt het aan op precisie. Een kleine afwijking kan grote gevolgen hebben voor de kwaliteit van je laswerk.
Ook als je nog geen ervaring hebt met lassen, kun je het gewoon leren. Veel mensen beginnen zonder enige voorkennis en groeien uit tot vakbekwame lassers. Het gaat vooral om je bereidheid om te leren en te oefenen. Met de juiste begeleiding en voldoende praktijkervaring kan iedereen het lasvak onder de knie krijgen.
Hoe lang duurt het om het lasvak te leren?
Het duurt gemiddeld twee tot vier jaar om volledig opgeleid lasser te worden, afhankelijk van het niveau en de gekozen opleidingsvorm. Met een BBL-opleiding combineer je werken en leren, waardoor je sneller praktijkervaring opdoet. Met een kortere cursus of specialisatie kun je in enkele maanden een specifieke lastechniek leren, maar voor een volledig erkend vakdiploma heb je meer tijd nodig.
De leertijd hangt ook af van je startniveau. Begin je na het vmbo? Dan volg je meestal een mbo-opleiding van twee tot vier jaar. Wil je je als ervaren metaalbewerker specialiseren in lassen? Dan kan een kortere opleiding of cursus voldoende zijn. Het maakt ook verschil of je fulltime studeert of werken en leren combineert.
Belangrijk om te weten is dat leren lassen niet stopt na je diploma. Het vak ontwikkelt zich voortdurend, met nieuwe technieken en materialen. Goede lassers blijven zich hun hele carrière bijscholen. Zo houd je je kennis actueel en vergroot je je kansen op de arbeidsmarkt.
Welke opleidingen zijn er om lasser te worden?
Er zijn verschillende opleidingen om lasser te worden, van mbo-niveau 2 tot gespecialiseerde vervolgopleidingen. De meest voorkomende route is een mbo-opleiding Constructiewerker of Allround Constructiewerker, waarbij je leert lassen in combinatie met andere metaalbewerkingstechnieken. Daarnaast zijn er specifieke lasopleidingen en cursussen voor verschillende lastechnieken, zoals TIG-lassen, MIG/MAG-lassen en elektrode lassen.
Op mbo-niveau 2 begin je met de basis. Je leert de grondbeginselen van lassen en metaalbewerking. Dit is een goed startpunt als je net van het vmbo komt. Op niveau 3 en 4 ga je dieper in op de verschillende lastechnieken en word je breder inzetbaar. Je leert ook zelfstandig werken en krijgt meer verantwoordelijkheid.
Naast de standaard mbo-opleidingen zijn er ook gespecialiseerde lasopleidingen. Denk aan IWE-opleidingen voor wie wil doorleren, of cursussen voor specifieke lastoepassingen. Deze opleidingen zijn vaak korter en richten zich op één specifieke vaardigheid of techniek. Ze zijn ideaal als je je wilt specialiseren of bijscholen.
Wat is het verschil tussen een BBL-lasopleiding en een reguliere opleiding?
Het grootste verschil tussen een BBL-lasopleiding en een reguliere opleiding is dat je bij BBL het grootste deel van de week werkt bij een leerbedrijf en betaald krijgt. Bij een reguliere BOL-opleiding zit je voornamelijk op school en loop je stage. BBL staat voor beroepsbegeleidende leerweg, wat betekent dat je vanaf dag één praktijkervaring opdoet in een echt bedrijf terwijl je leert.
Bij MAKE Center gaan BBL-studenten twee dagen per week naar school en drie dagen aan het werk. Dat is anders dan de standaard één theoriedag, want je krijgt een extra praktijkdag op school. Zo leer je sneller en intensiever. Je verdient meteen een salaris en bouwt werkervaring op. Dat maakt BBL aantrekkelijk voor wie graag snel de praktijk in wil.
Een reguliere opleiding biedt meer tijd om theorie te leren en te experimenteren. Je hebt minder werkdruk en kunt rustig je vaardigheden ontwikkelen. Voor sommige mensen past dat beter. Bij BBL moet je wel zelfstandiger zijn en goed kunnen plannen, want je combineert werk en studie. Maar je bouwt ook meteen een netwerk op in de branche en hebt vaak een grotere kans op een baan na je opleiding.
Wat leer je tijdens een lasopleiding?
Tijdens een lasopleiding leer je verschillende lastechnieken, zoals TIG-lassen, MIG/MAG-lassen en elektrode lassen, waarbij je werkt met diverse materialen en in verschillende lasposities. Je leert ook materiaalkennis, werktekeningen lezen, veiligheid en kwaliteitscontrole. Het gaat niet alleen om het laswerk zelf, maar ook om voorbereiding, afwerking en het herkennen van lasfouten.
In het begin start je met de basis. Je leert je lasapparatuur kennen, hoe je veilig werkt en de juiste bescherming draagt. Je oefent met eenvoudige lasverbindingen in de vlakke positie. Stap voor stap bouw je je vaardigheden op. Je leert verschillende materialen lassen, zoals staal, roestvast staal en aluminium.
Naarmate je vordert, ga je werken in moeilijkere posities: horizontaal lassen, verticaal lassen en boven het hoofd lassen. Je leert ook zelfstandig werken aan opdrachten, van het lezen van een tekening tot het maken van een compleet product. Kwaliteitscontrole is belangrijk, dus je leert je eigen laswerk beoordelen en verbeteren. Ook theorie komt aan bod, zoals materiaalkunde en lastechnologie.
Wil je meer weten over de mogelijkheden om lasser te worden? Neem contact met ons op. We helpen je graag verder met informatie over onze lasopleidingen en begeleiden je bij het vinden van de opleiding die het beste bij jou past.