Wat maakt TIG lassen anders dan andere vormen van lassen?

Gelaste handen die een TIG-toorts naar een roestvrijstalen las leiden, met helderblauw lasarcboog en vonken

Wat maakt TIG lassen anders dan andere vormen van lassen?

TIG-lassen is een techniek die steeds populairder wordt in de metaalbranche. Misschien heb je er al eens over gehoord of heb je iemand ermee zien werken. Het ziet er indrukwekkend uit: een lasbrander in de ene hand, een lasstaf in de andere, en een prachtige, nette lasnaad als resultaat. Maar wat maakt TIG-lassen nu eigenlijk zo bijzonder? En waarom kiezen zoveel professionals voor deze techniek? In dit artikel leggen we je precies uit wat TIG-lassen is, hoe het werkt en waarom het anders is dan andere lastechnieken.

Wat is TIG-lassen en hoe werkt het?

TIG-lassen is een lastechniek waarbij je met een niet-smeltende wolfraamelektrode werkt en een beschermgas (argon) gebruikt om de lasnaad te beschermen. De afkorting TIG staat voor Tungsten Inert Gas. Bij deze techniek houd je de lasbrander in één hand en voer je met je andere hand handmatig een lasstaf toe aan het smeltbad. Dit geeft je veel controle over het lasproces.

Het werkt zo: door de elektrode stroomt elektrische stroom, die een lichtboog creëert tussen de elektrode en het werkstuk. Deze lichtboog wordt zo heet (tot wel 3000 graden Celsius) dat het metaal smelt. Tegelijkertijd komt er een beschermgas uit de lasbrander dat voorkomt dat zuurstof uit de lucht het gesmolten metaal aantast. Jij bepaalt zelf hoeveel lasmateriaal je toevoegt door de lasstaf dichter bij of verder van het smeltbad te houden.

Deze manier van werken vraagt om goede coördinatie tussen beide handen. Je moet de lasbrander op de juiste afstand houden, de lichtboog stabiel houden en tegelijkertijd met je andere hand precies de juiste hoeveelheid lasmateriaal toevoegen. Het klinkt misschien ingewikkeld, maar met de juiste opleiding en oefening leer je dit stap voor stap.

Wat zijn de belangrijkste voordelen van TIG-lassen?

TIG-lassen levert extreem nette en sterke lasnaden op, met minimaal spatten en weinig nabewerking. Het grootste voordeel is de precisie: je hebt volledige controle over de hoeveelheid warmte en de toevoeging van lasmateriaal. Daardoor kun je dunne materialen lassen zonder door te branden en krijg je een mooie, gladde lasnaad die er professioneel uitziet.

Nog een groot pluspunt is dat je met TIG-lassen bijna alle metalen kunt lassen. Of het nu gaat om aluminium, roestvast staal, koper of gewoon staal: TIG-lassen werkt voor allemaal. Dat maakt het een veelzijdige techniek die je in veel verschillende branches kunt inzetten. Ook kun je verschillende metaaldiktes aan elkaar lassen, wat met andere technieken vaak lastiger is.

Daarnaast is TIG-lassen schoner dan veel andere lastechnieken. Er ontstaan bijna geen spatten, je hebt geen slakvorming zoals bij elektrode lassen en de lasnaad heeft minder nabewerking nodig. Voor bedrijven betekent dit tijdwinst en een beter eindresultaat. Voor jou als lasser betekent het dat je werk er professioneel uitziet en dat je trots kunt zijn op het resultaat.

Wat is het verschil tussen TIG-lassen en MIG-lassen?

Het belangrijkste verschil is dat je bij TIG-lassen handmatig een lasstaf toevoegt, terwijl bij MIG-lassen de lasdraad automatisch wordt toegevoerd via de lasbrander. Bij MIG-lassen houd je alleen de lasbrander vast en bepaalt de machine hoeveel draad er wordt toegevoerd. Dit maakt MIG-lassen sneller, maar TIG-lassen geeft je meer controle en precisie.

Ook het type elektrode verschilt. Bij TIG-lassen gebruik je een niet-smeltende wolfraamelektrode die alleen de lichtboog creëert. Bij MIG-lassen smelt de draad zelf en vormt die het lasmateriaal. Beide technieken gebruiken beschermgas, maar bij MIG-lassen is dit vaak een mengsel van gassen, terwijl bij TIG-lassen meestal puur argon wordt gebruikt.

In de praktijk betekent dit dat MIG-lassen vooral geschikt is voor sneller werk en dikkere materialen. Denk aan grote constructies of productiewerk waarbij snelheid belangrijk is. TIG-lassen kies je juist voor fijn werk, dunne materialen en situaties waarin een perfecte lasnaad belangrijk is. Beide technieken hebben hun eigen plek in de laswereld, en veel professionals leren ze allebei.

Waarom is TIG-lassen moeilijker te leren dan andere lastechnieken?

TIG-lassen vraagt meer coördinatie, omdat je twee handen onafhankelijk van elkaar moet gebruiken: één hand bedient de lasbrander en de andere voegt de lasstaf toe. Tegelijkertijd moet je ook nog een voetpedaal bedienen om de stroomsterkte te regelen. Deze combinatie van handelingen maakt TIG-lassen technisch uitdagender dan technieken waarbij je maar één hand nodig hebt.

Daarnaast moet je bij TIG-lassen veel meer op details letten. De afstand tussen de elektrode en het werkstuk moet constant blijven; anders wordt de lichtboog onstabiel. Je moet precies de juiste hoeveelheid lasmateriaal toevoegen, op het juiste moment. En je moet de juiste lassnelheid aanhouden om een mooie naad te krijgen. Al deze factoren tegelijk in de gaten houden vraagt oefening en concentratie.

Ook de voorbereiding is belangrijker bij TIG-lassen. Het materiaal moet schoner zijn dan bij andere lastechnieken, omdat vervuiling sneller problemen geeft. De elektrode moet goed geslepen zijn en de juiste vorm hebben. En de gasstroom moet precies goed afgesteld zijn. Deze extra aandachtspunten maken dat je bij een goede lasopleiding meer tijd nodig hebt om TIG-lassen onder de knie te krijgen.

Voor welke materialen en toepassingen is TIG-lassen het meest geschikt?

TIG-lassen is het meest geschikt voor dunne materialen (vanaf 0,5 mm), roestvast staal, aluminium en situaties waarin een perfecte, nette lasnaad vereist is. Je ziet TIG-lassen vaak terug in de luchtvaart, de voedingsmiddelenindustrie, bij het maken van fietsen en motoren, en bij het lassen van leidingen en buizen waarbij kwaliteit cruciaal is.

Voor aluminium is TIG-lassen vaak de beste keuze. Dit materiaal is lastig te lassen omdat het snel oxideert en een hoge warmtegeleiding heeft. Met TIG-lassen kun je de warmte precies regelen en krijg je een sterke, nette naad. Ook voor roestvast staal is TIG-lassen ideaal, vooral als het om dunne platen gaat of als de lasnaad zichtbaar blijft en er dus mooi uit moet zien.

In de praktijk zie je TIG-lassen ook veel bij reparatiewerk en bij het maken van prototypes. De precisie maakt het mogelijk om kleine aanpassingen te maken of om verschillende materialen aan elkaar te lassen. Ook bij constructies waarbij sterkte en uiterlijk allebei belangrijk zijn, zoals bij designmeubels of kunstwerken, is TIG-lassen vaak de eerste keuze.

Hoe kun je TIG-lassen leren en welke opleiding heb je nodig?

Je leert TIG-lassen via een erkende lasopleiding, waarin je stap voor stap de techniek onder de knie krijgt door veel te oefenen onder begeleiding van ervaren instructeurs. De meeste opleidingen beginnen met de basis: hoe je de apparatuur instelt, hoe je de lasbrander vasthoudt en hoe je een lichtboog maakt. Daarna bouw je het steeds verder op met moeilijkere oefeningen en verschillende materialen.

Bij MAKE Center kun je bijvoorbeeld een complete lasopleiding volgen waarbij je niet alleen TIG-lassen leert, maar ook andere lastechnieken. Het voordeel van een BBL-opleiding is dat je twee dagen per week naar school gaat en drie dagen werkt bij een leerbedrijf. Zo doe je direct praktijkervaring op en verdien je ook nog een salaris tijdens je opleiding. Je leert dan niet alleen in de veilige omgeving van de school, maar ook in echte werksituaties.

De duur van een lasopleiding hangt af van je startniveau en van het diploma dat je wilt halen. Een basiscursus lassen kan een paar maanden duren, terwijl een volledige mbo-opleiding tot vakbekwaam lasser twee tot vier jaar duurt. Het goede nieuws is dat je tijdens je opleiding ook branchediploma’s kunt halen die direct worden erkend in de metaalbranche. Wil je meer weten over de mogelijkheden? Neem dan gerust contact op om te kijken welke opleiding het beste bij jou past.

Bericht

Hoe kunnen we je helpen?

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

MIS NIETS!

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

.